De klok

In een naburig dorp was er de jaarlijkse Vide-Grenier (rommelmarkt).
Twee jaar geleden was ik ook al eens in dit dorp geweest waar de tijd altijd stil blijft staan.
Er was nog niet veel veranderd.
In de schuur grenzend aan de straat waar de Vide-Grenier bezig was om allerlei troep
van eigenaar te laten verwisselen stond nog steeds die staande klok zonder binnenwerk.
Je kon bijna zien dat er weer twee jaar stof extra op gevallen was.
Net als twee jaar eerder vroeg ik aan de man in de schuur naar de prijs van deze klok.
En net als twee jaar eerder was het gevraagde bedrag nog steeds hetzelfde.
Ik zei al dat de klok in dit dorp stil was blijven staan.
Misstaat nooit , een staande klok in een woonkeuken met een hoog plafond.
Dus bood ik hetzelfde bedrag als twee jaar geleden , iets meer dan de helft.
Het binnenwerk (de klok zelf) had ik overigens nog niet gezien.
Dus vroeg ik ook nu weer of ik het binnenwerk mocht zien.
Dat kon wel maar ....oh-la-la waar lag het ook al weer. Tijdens het nadenken verkocht hij een
stoel, een olielamp en een tijdschrift uit 1930 aan drie verschillende Fransen.


De kast van de klok op de aanhangwagen (2mtr50)

Hij vertelde me dat hij de burgemeester was van het dorp , en ik vertelde hem dat ik een “Hollandais” was met
Een “residence secundair” in Grenois , mais malheureusement “pauvre”.
Hij wist het weer. Het binnenwerk lag in het huis , maar laten zien was moeilijk , want het was druk , druk ,druk.
Ik vroeg of ik de volgende dag , maandagmorgen , terug mocht komen om de klok te zien.
Dat mocht.

De volgende morgen , ik was om brique alveolaire geweest (zie aanhangwagen), reed ik op de terugweg langs
de klokkenboer.
Een beetje verbaasd, dat ik werkelijk gekomen was , nodigde monsieur le maire me uit in de woonkamer.
Hij stelde me voor aan zijn vrouw en aan het hoofd van de houtvesters in de buurt , die kennelijk op werkbezoek
was , want hij zat al aan de pastis. (het was 11.00 uur).
Uit principe sla ik een aanbod om Ricard te drinken nooit af, ook al is het nog maar 11.00 uur. Ik ook aan de pastis.
Telkens als ik over de klok begon , vroegen de burgemeester of zijn vrouw of de bevriende houtvester of er
werkelijk zoveel tulpen , gerestaureerde molens en drugs te krijgen waren in Nederland.
Natuurlijk , “toutes est possible aux Pays-Bas”!
Anderhalf uur en drie pastis verder ging de burgemeester naar de klok zoeken. Na dik een kwartier kwam hij weer
tevoorschijn , met de klok , maar zonder de gewichten! We spraken af dat hij naar mij toe zou komen zodra de
gewichten gevonden waren.
Ik dacht , jammer daar hoor ik niks meer van omdat ik de indruk had gekregen dat hij de klok eigenlijk helemaal
niet wilde verkopen.


Voor het vervolg van het “klokverhaal” hier klikken