|
Hij vertelde me dat hij de burgemeester was van het dorp , en ik vertelde hem dat ik een “Hollandais” was met Een “residence secundair” in Grenois , mais malheureusement “pauvre”. Hij wist het weer. Het binnenwerk lag in het huis , maar laten zien was moeilijk , want het was druk , druk ,druk. Ik vroeg of ik de volgende dag , maandagmorgen , terug mocht komen om de klok te zien. Dat mocht.
De volgende morgen , ik was om brique alveolaire geweest (zie aanhangwagen), reed ik op de terugweg langs de klokkenboer. Een beetje verbaasd, dat ik werkelijk gekomen was , nodigde monsieur le maire me uit in de woonkamer. Hij stelde me voor aan zijn vrouw en aan het hoofd van de houtvesters in de buurt , die kennelijk op werkbezoek was , want hij zat al aan de pastis. (het was 11.00 uur). Uit principe sla ik een aanbod om Ricard te drinken nooit af, ook al is het nog maar 11.00 uur. Ik ook aan de pastis. Telkens als ik over de klok begon , vroegen de burgemeester of zijn vrouw of de bevriende houtvester of er werkelijk zoveel tulpen , gerestaureerde molens en drugs te krijgen waren in Nederland. Natuurlijk , “toutes est possible aux Pays-Bas”! Anderhalf uur en drie pastis verder ging de burgemeester naar de klok zoeken. Na dik een kwartier kwam hij weer tevoorschijn , met de klok , maar zonder de gewichten! We spraken af dat hij naar mij toe zou komen zodra de gewichten gevonden waren. Ik dacht , jammer daar hoor ik niks meer van omdat ik de indruk had gekregen dat hij de klok eigenlijk helemaal niet wilde verkopen.
|